Voor wie

Binnen de PPH wordt overwegend in de Gespecialiseerde GGZ (GGGZ of ‘psychotherapie’) gewerkt. Bentinck en Lamboo werken vooral in de Basis Generalistische GGZ (BGGGZ). Doelgroep: (jong)volwassenen (vanaf 18 jaar) en ouderen. Toelichting:

Gespecialiseerde GGZ:

Binnen de Gespecialiseerde GGZ vindt een vaak langerdurende behandeling  plaats. In principe gaat het daarbij om soortgelijke klachten als bij de Basis GGZ (zie onderstaand), maar is de ernst ervan groter, zijn de gevolgen meer ingrijpend, bestaan de klachten vaak langer en zijn er soms ook problemen op meerdere gebieden. Het gaat nogal eens om zich herhalende patronen die meer met de persoonlijkheid samenhangen. Ook de diagnostiek kan meer omvattend zijn. Uitsluitingscriteria (behandeling valt dan buiten onze mogelijkheden): ernstige crisissituaties, ernstige suïcidaliteit, verslavingsproblematiek, ernstige eetstoornissen, psychoses en 24-uurs zorg.

Basis Generalistischealistische GGZ: 

In brede zin gaat het bij een dergelijke behandeling meestal om klachten met een lichte tot matige invloed op het dagelijks functioneren zonder ernstige ontregelingen en zonder veel bijkomende problemen, geschikt voor een relatief kortdurend behandeltraject. Soms ook kan het gaan om een mogelijke aanloop naar een langerdurend traject, bijvoorbeeld als het niet duidelijk is of dit laatste past bij iemand. Voorbeelden van klachten (ernst: licht tot matig) die in aanmerking komen voor behandeling in de Basis GGZ zijn, voor zover er althans ook sprake is van een stoornis volgens het diagnostisch handboek DSM V:

  • angst / paniek
  • depressie / somberheid
  • overmatig piekeren
  • ‘vage’ lichamelijke klachten
  • dwangmatig handelen
  • sociale angst
  • enkelvoudige trauma’s

Uitsluitingscriteria (behandeling valt dan buiten onze mogelijkheden): ernstige crisissituaties, ernstige suïcidaliteit, verslavingsproblematiek, ernstige eetstoornissen, psychoses en 24-uurs zorg.

Doorgaans bestaat de behandelmethode uit Cognitieve Gedrags Therapie (denkpatronen en gedrag leren bijstellen); bij trauma’s kan EMDR de voorkeur genieten en bij persoonlijkheidsproblematiek is er vaak een combinatie met elementen uit de schematherapie. Soms is ook medicatie nodig; bv een antidepressivum bij een hardnekkige depressieve stoornis of bij invaliderende angsten en obsessief gedrag. Terzijde: een antidepressivum kan een aanzienlijk positief effect hebben op zowel klachten van depressieve aard als op angstklachten en op obsessief-compulsief gedrag. Het voorschrijven gebeurt door de huisarts en zal nooit plaatsvinden zonder uw instemming, althans niet waar het ons betreft. Soms ook kan het zinnig zijn om personen uit uw directe omgeving te betrekken bij de behandeling. Uiteraard weer uitsluitend met uw toestemming.